Waarom ‘ATEX proof’ gereedschap toch explosiegevaar kan veroorzaken
Een ATEX label op gereedschap geeft vaak een gevoel van zekerheid, maar in een explosiegevaarlijke omgeving is dat precies waar het mis kan gaan. Tijdens ATEX inspecties zien wij regelmatig gereedschap dat als “ATEX proof” is ingekocht, maar in de praktijk alsnog een ontstekingsbron kan vormen. Niet door onwil, maar door aannames. In deze blog leggen we uit wat de richtlijn daadwerkelijk vraagt, waar het in de praktijk fout gaat en wat dit betekent voor het veilig gebruik van gereedschap in explosiegevaarlijke zones.
ATEX 114 richtlijn
De ATEX 114-richtlijn artikel 4 stelt dat alle apparatuur die wordt toegepast in explosiegevaarlijke omgevingen moet voldoen aan de essentiële veiligheids- en gezondheidseisen. De kern is dat apparatuur geen gevaar mag veroorzaken: er mogen geen schadelijke reacties ontstaan tussen materialen en de omgeving, en er mogen absoluut geen ontstekingsbronnen optreden (zoals vonken, hitte of straling), omdat zelfs kleine bronnen een explosie kunnen veroorzaken. Ook moet het ontwerp voorkomen dat onderdelen te heet worden door bijvoorbeeld wrijving of schokken. Dat klinkt logisch, maar de praktijk is weerbarstiger.
Waar moet ATEX apparatuur minimaal aan voldoen?
1. Geen gevaarlijke reacties met de omgeving
Materialen van apparatuur mogen geen chemische of fysische reacties veroorzaken met de aanwezige stoffen. Dit betekent dat je verder moet kijken dan alleen mechanische werking. Hoe reageert het materiaal op dampen of stof? En kan corrosie of slijtage een risico vormen?
2. Geen enkele ontstekingsbron
Dit is misschien wel de belangrijkste eis. Apparatuur mag géén ontstekingsbron introduceren, zoals vonken, hete oppervlakken, elektrische ontladingen, straling of geluid met voldoende energie. Zelfs minimale energie kan al voldoende zijn om een explosief mengsel te ontsteken. Dit maakt de toepassing van veel “standaard” gereedschappen direct problematisch.
3. Geen onaanvaardbare verhitting
Het ontwerp moet voorkomen dat onderdelen te heet worden door bijvoorbeeld, wrijving, schokken, draaiende delen, blokkades of vervuiling. Warmteontwikkeling is een onderschatte, maar veelvoorkomende ontstekingsbron.
Nederlandse wetgeving: geen vrijblijvende richtlijn
In Nederland is de richtlijn vertaald naar het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016. Dit betekent concreet;
Waar het in de praktijk misgaat
Wat wij bij inspecties vaak tegenkomen. Gereedschappen zoals boormachines, zaagmachines, pneumatische slijpmachines worden besteld met de aanduiding “ATEX”. Vervolgens wordt vertrouwd op de leverancier of het certificaat, zonder kritisch te kijken naar het daadwerkelijke gebruik. Bij pneumatische slijpmachines kunnen vonken ontstaan tijdens gebruik en treedt er wrijving en verhitting. En precies dat is wat de richtlijn expliciet verbiedt.
De cruciale vraag wordt niet gesteld: kan dit gereedschap in deze specifieke zone überhaupt veilig functioneren zonder ontstekingsbron te vormen?
ATEX compliance en risicoanalyse: wat moet je als organisatie doen?
ATEX compliance stopt niet bij certificaten of productlabels. Het vraagt om kritische beoordeling van toepassingen, inzicht in ontstekingsbronnen tijdens gebruik, afstemming tussen inkoop, engineering en HSE en onafhankelijke verificatie van geschiktheid. Juist bij mobiele apparatuur en tijdelijk gebruik gaat het vaak mis, omdat deze buiten de vaste installaties vallen.
Bij ExInspect zien we dat organisaties die grip hebben op ATEX, één ding gemeen hebben: ze vertrouwen
niet alleen op leveranciers, maar toetsen onafhankelijk. Bij een inspectie wordt daarbij niet alleen gekeken naar certificaten en markeringen maar juist ook naar feitelijk gebruik, omstandigheden in de zone en mogelijke ontstekingsbronnen of productlabels. Het vraagt om kritische beoordeling van toepassingen, inzicht in ontstekingsbronnen tijdens gebruik, afstemming tussen inkoop, engineering en HSE en onafhankelijke verificatie van geschiktheid. Juist bij mobiele apparatuur en tijdelijk gebruik gaat het vaak mis, omdat deze buiten de vaste installaties vallen.

Ludo van Ingen | Senior Engineer E&I, specialist in ATEX en lid van de normcommissie NEC 31 ‘Explosieveiligheid’. De commissie zet zich actief in om normen te ontwikkelen en toe te passen die bedrijven helpen risico’s te minimaliseren en veiligheid structureel te verbeteren.